Morfologische evoluties onder zeespiegelstijging: scenario analyse en hydrodynamische modelberekeningen
Stark, J.; Meire, D.; Vos, G.; Vanlede, J. (2026). Morfologische evoluties onder zeespiegelstijging: scenario analyse en hydrodynamische modelberekeningen. Versie 4.0. WL Rapporten, 24_095_1. Waterbouwkundig Laboratorium: Antwerpen. VIII, 55 + 25 bijl. pp.
Part of: WL Rapporten. Waterbouwkundig Laboratorium: Antwerpen. , more
|
| Available in | Authors |
|
Document type: Project report
|
| Abstract |
Deze studie onderzoekt de impact van zeespiegelstijging (in een range van 0,3 m tot 2 m zeespiegelstijging) op het gemiddeld getij in het Schelde-estuarium, onder verschillende morfologische scenario’s. Tot op heden werd de impact van zeespiegelstijging beschouwd met de huidige morfologie van het Schelde estuarium. In deze studie werden verschillende bathymetrieën gegenereerd, waarbij zowel intergetijdengebieden (slik en schor) en geulen volledig of deels meegroeien met de beschouwde zeespiegelstijging. Verschillende hydrodynamische variabelen (getijslag, hoog- en laagwater, getijvolume en enkele parameters voor getijasymmetrie) werden vergeleken tussen de verschillende scenario’s. Het Scaldis model, opgebouwd binnen de Telemac software, werd gebruikt voor het uitvoeren van de simulaties in deze gevoeligheidsanalyse.<br> De modelresultaten bevestigen dat zeespiegelstijging de getijslag in het Schelde-estuarium vergroot, met vooral een sterke toename stroomopwaarts (tot >1 m bij +2 m SLR). Deze resultaten worden sterk beïnvloed door de (onzekere) morfologische ontwikkeling van inter- en subtidale zones, waarbij de gevoeligheid van dezelfde grootte orde is als de effecten van de zeespiegelstijging zelf. Zeespiegelstijging leidt tot een sterke toename van het getijprisma in de Zeeschelde—vooral stroomopwaarts—waarbij de grootte van de toename sterk afhangt van de morfologische ontwikkeling van inter- en subtidale gebieden. Zeespiegelstijging versnelt de voortplanting van het getij, vermindert de vloeddominantie en versterkt de ebdominantie. Het effect op de getij-asymmetrie is echter sterk afhankelijk van de gehanteerde indicator en van de mate waarin intergetijdengebieden meegroeien, wat de interpretatie van morfologische gevolgen complex maakt. |
|